Vragen staat vrij

Ben je lekker aan het spelen? Maak je de beer kapot? Jij kunt al staan hè?

Wat is dat toch met al die vragen aan kleine kinderen? Waarom stellen we vragen over handelingen die we letterlijk voor onze neus zien gebeuren? Ik stel me voor dat ik – à la Look Who’s Talking – in het hoofd van de baby kan kruipen. Die denkt: ‘Ehm nee, ik rijd op een scooter, nou goed?!  Ja, ik ben aan het spelen ja!’

Een verklaring van dit fenomeen vinden we misschien in het praten met kleine kinderen in het algemeen. Als volwassene wil je uit alle macht de stimuleringsadviezen opvolgen en zorgen dat je kind later over de grootste woordenschat en de sociaalste vaardigheden ter wereld beschikt. Dat doe je ontegenzeggelijk door veel te praten met en tegen je kind. Pfff, maar wat zeg je in vredesnaam als er nog geen verbaal antwoord komt? Dan benoem je alles wat voor de hand ligt. Dat benoemen van wat kinderen doen is verre van verkeerd. Integendeel: zo verwerven kinderen taal. Ze koppelen de woorden, zinnen en bijbehorende intonatie aan de handelingen en voorwerpen die ze ervaren, waardoor ze die woorden opslaan.  Die visuele of tactiele ondersteuning – het zien van een beer, het zich optrekken aan een bank – geldt als een kapstokje om een woord aan op te hangen. Het praten in al die simpele, logische inkoppertjes heeft dus een belangrijk doel. Maar waarom toch steeds in vraagvorm?

Dat zit ‘m in de intonatie van een vraag. Van nature worden baby’s aangesproken in een melodieuzer spraak. Ze pikken de hogere frequenties beter op dan lagere. Deels omdat hun gehoor de hogere frequenties eerder verwerkt, maar vooral vanwege de gelijkenis met hun moeders stem die ze negen maanden lang in de baarmoeder hebben gehoord. Baby’s reageren bovendien sneller en positiever op gevarieerde tonen in spraak dan op monotone uitingen. Wanneer zijn die gevarieerde intonatie en hogere frequenties in elk geval hoorbaar? In vragen.

Eigenlijk is het stellen van vragen helemaal niet zo raar. Een vraag lokt een reactie uit. We hopen dat een baby of dreumes – op zijn of haar eigen wijze – op ons reageert. Gesprekjes worden gevoerd vanaf het moment dat het kind de buik uit is en vragen zijn hierbij het meest concrete handvat. En eerlijk is eerlijk: hoe intelligent ook, er zijn maar weinig kinderen die voor hun derde jaar een kritisch antwoord zullen geven.