Eigenwijswoorden

Hoe komt het toch dat kinderen zo eigenwijs kunnen klinken? Waarom lijken ze als ze praten vaak ouder dan ze zijn? Ik ben ervan overtuigd dat één van de meest onderschatte aspecten van de Nederlandse taal daar een grote rol in speelt: het bijwoord.

Een doordeweekse dag, rond zessen ‘s avonds. Ik leg de laatste hand aan een voedzame maaltijd. Af en toe strijkt Hylke als een aasgier in de keuken neer om te controleren of er wel iets naar zijn smaak gebrouwen wordt.

‘Wat eten we trouwens?’

‘Pastasalade!’ brul ik boven het gezoem van de afzuigkap uit.

‘Ik wil liever een boterham met honing.’

Bijdehante snotneus, denk ik. Maar eigenlijk moet ik wel lachen om die wijze opmerkingen.

Het zit ‘m in die woordjes ‘trouwens’ en ‘liever’. Ze maken de kindertaal ouder, volwassen. Deze bijwoorden, in alle soorten en maten, sluipen langzaam maar zeker in Hylkes zinsconstructies.

In de leeftijd tussen 1 en 2 jaar vallen ze nog nauwelijks op. Dan is elk woordje mooi meegenomen.

Op’ (Het eten is op, we lopen op de stoep), ‘Mem niet’ (Mem mag niet helpen), ‘Mia nee’ (Mia heeft geen drinken).

Wat een prachtig fenomeen eigenlijk, dat bijwoord. Die benaming klinkt haast onderdanig. Alsof het woord er maar zo’n beetje bij staat, als een loser naast de gewichtige woorden in een zin.

Wat mij betreft vormen werkwoorden en zelfstandig naamwoorden de basisingrediënten. Maar bijwoorden zijn de smaak.

Vanaf 2 jaar volgt het uitproberen. Hylke pakt een bijwoord om zijn uitspraak meer schwung te geven. ‘Wat is dat eigenlijk?’ Soms pakt hij nét het verkeerde: ‘Ik heb toevallig een muts op,’ merkt hij op wanneer het stervenskoud is. Of er volgt een eigen bedenksel: ‘Het raam is dik open’.

Inmiddels, met 3 jaar, zijn de bijwoorden niet meer weg te slaan en oreert Hylke er lustig op los. Vooral aan tafel, op zijn troon, bij een bord pastasalade.

‘Hoe was ’t op het kinderdagverblijf?’

‘Oh, goed.’ Ja, dat begint dus nu al. Ik zei dat pas toen ik 10, 11 jaar was.

‘Je had ’t warm hè,’ help ik hem.

‘Hmm hmm,’ en nou komt ie los. ‘Ik had het zóveel minder warm, dat ik mijn vest maar even heb uitgedaan.’

Dat woordje minder is overigens een nieuwe trend. Hylke zet het nu bij álle vergrotende-trapsituaties in, ook wanneer je meer zou verwachten. Maar ondertussen heeft hij in de gaten dat er gradaties zijn in hoe je je kan voelen of in wat je doet.

Ik realiseer me ineens hoe opvallend onopvallend bijwoorden zijn. Bijwoorden verdienen meer credits. Ze nuanceren. Ze geven aan dat kinderen de wereld om hen heen gaan snappen.

Een bijwoord geeft wijsheid. Eigenwijsheid.

Bron bij deze column: https://onzetaal.nl/taaladvies/bijwoord